miércoles, 12 de mayo de 2010

En toen bleef ik lopen

Francisco Sosa is, volgens mij, de mooiste straat in Mexico City. Als jij door die straat loopt, moet je weten dat er is geen heden in deze plaats, het is alsof de tijd in miljoen stukken smelt. De huizen, meeste van die gemaakt met stenen van oude vulkanen, kijken naar de moderne BMW auto's die rijden door de straat. S nachts, bezoeken de jongens de stegen die geboren zijn uit die straat, zij blijven in hun auto´s, zij zijn spoken aan het zoeken.

Ik was op weg naar huis. Binnenkort, zou ik naar Nederland vliegen en dus wilde ik een vriend bezoeken. Hij woont niet ver van mijn huis, maar anderhalve kilometer weg. Ik woonde toen in Francisco Sosa. Tussen glazen wijn overleven de conversatie en het lachen de nacht en nu was het te laat, maar ik had volgende ochtend geen doel. Ik wilde lopen want het was, misschien, mijn laatste week in Mexico en ik heb straten in de nacht altijd mooi gevonden. Trouwens, ik wilde door Francisco Sosa wandelen.

Het licht van de lantaarn palen gaf mijn eerste stapjes een geel geschilderd pad. Ik zocht het begin van Francisco Sosa. Toen ik het kleine trottoir, gemaakt met donkere vierkante stenen, voelde ik mij gelukkig.

De nacht was koud, koud voor lente in Mexico. Stop een sigaret in jouw mond en steek het aan, dacht ik. En toen vroegen mijn handen of ik hen in mijn jaszakken kon stoppen en, dus, deed ik het. Ik liep over de linker kant van het trottoir, over de straten van Zwolle fantaseren (hand in hand met mijn vriendin) toen ik over een steen op de grond struikelde. Ik tilde mijn hoofd op en ik was weer in Mexico terug. Ik geloof dat, soms, maakt de kou mij afgesloten.

Daar waren twee vette mannen in zwarte pakken. Zij waren ook lelijk. Het was alsof zij uit een Italiaanse maffia film kwamen, maar hun huid was bruin, Mexicaans soort bruin. Ik zag dat zij een communicatie apparaat hadden dat uit hun oren hing. Ik hoorde de dikkere man "jongen lopen" zeggen. De stem sprak, duidelijk, over mij. Plotseling, verschenen meer mannen in zwarte pakken. Toen was het voor mij ontwijfelbaar; zij waren niet de escorte van een politicus maar de "hitmen" van een drug lord of van een ontvoerder.

Ik zag ze hun pistolen aanraken maar ik bleef lopen want pistolen maken mij niet meer bang; het is jammer, maar ik ben gewend om die dingen te zien. Misschien moet ik je zeggen dat, ja, eigenlijk maakt mij de situatie in mijn land triest maar, die dag, kon ik door de gedachten over een nieuw land gelukkig zijn en, vooral, die uitzonderlijke vrouw maakte dat ik weg ging uit deze agressieve situatie. En dus, bleef ik met een glimlachje op mijn gezicht doorlopen.

Plotseling de verlichting ging uit, maar een blok. Het maakte mij niet uit. Aan de andere kant van het donker, onder het licht van de lantaarn paal, zag ik een rare schaduw; het was de schaduw van een man, dat was zeker. Maar de manier waarop de man zich verplaatste was verschillend van iedereen. De afwezigheid van het licht maakte dat ik alleen een bewegende schaduw zag. Zijn stapjes waren kort maar snel, erg snel. Ik herinner alleen dat ik door deze scene aan Charles Chaplin moest denken. Hij liep zoals die acteur. Toen hij tien meter bij mij vandaan was, kon ik zien dat hij zwart was, maar zwart van viezigheid. Zijn kleding, zijn gezicht, zijn handen, hij was helemaal zwart. En hij bleef naar mij toe lopen; zoals een klok werk soort speelgoed. Mijn eerste gedachte was dat hij een zwerver was, helemaal gek, misschien genarcotiseerd. Toen stonden wij bijna tegenover elkaar en hij keek direct in mijn ogen. Ik voelde zijn blik en ik keek terug. Ik zag zijn ogen; rondom zijn iris was een witte cirkel, de iris was rood, ze verlichtten de donkere straat.

Ik weet het; ik weet dat jullie misschien gaan zeggen dat het een cliché is, maar zijn irissen waren rood, duidelijk rood, licht, sterk. En toen hij glimlachte tegen mij, hij glimlachte zoals iemand die je kent glimlacht, alsof iemand tegen je zegt: leuk om je weer te zien. Ook al wist ik niet wie hij was, ik was niet bang. Goeie nacht, zei ik en bleef lopen. We overstaken ons paden en, toen ik achter keek, was hij weg; niet een schaduw, niet een man, niks, alleen de donker rond de straat. Ik veranderde mijn lopen niet, ik bleef dezelfde snelheid. Ik was niet bang, moet ik herhalen.

Nu was ik 20 meters weg van mijn huis. Ik herinner dat ik over het Nederlands was denken, over de Nederlandse taal, bedoel ik. Ik dacht dat mijn Nederlands goed genoeg was; paar dagen later was ik vinden dat het echt niet waar was.

"Agáchate y cállate, pendeja" (sluit je bek op, kut) plots hord ik en onmiddellijk keek ik naar een witte auto die in de andere zijd van de straat was parkeren. Ik kon alleen een man in de auto zien; hij was strijden tegen iemand; hij was een vrouw beneden duwen. Hij keek naar mij dus keek ik weg en bleef lopen. Misschien was het een ontvoeren maar ik kon niks doen en, voor aal, het gebeurt vaak in Mexico City, het was normaal.

Toen ik thuis aankwam, zag ik de nacht wachter. Ik begon hem alles wat gebeurd vertel.

Ik zag de drommel- zei ik.
Wat bedoel je?
De duivel
Leugens
Geen
Kom aan
Ik schijt je niet
Er zijn veel en raar spoken in dit straat, maar de boze...
Ik ben zeker
Kijk maar naar jezelf; jij bent vliegen!
Ik ben alleen moe; ik heb niks geroken, man
Jij bent bang omdat jij denk dat jij naar Nederland gaan, man. Maar ik heb je gezegd dat jij niet naar Nederland gat.
Het is nu duidelijk, man. Als ik niet naar Nederland ga, als ik niet met mijn vrouw ben, dan ga ik sterven.
Waarom?
Ik heb niet spoken in veel jaren gezien, ik geloof nog steeds niet in spoken, ook niet in leven na de dood, maar ik weet dat die betekent dat ik naar Nederland moet, anders ga ik sterven, man.
Jij gaat niet binnenkort sterven.
Oke, maar ik ga binnenkort slapen, man. Ik ben zo moe.
Tot morgen?
Ja, misschien.

Het was de laatst keer dat ik mijn vriend, de nacht wachter, zag want twee dagen later vloog ik naar Nederland. En nu, drie maanden na, heb ik weer over de duivel herinneren. Ik hoop dat vanavond als mijn vrouw van werk terug komt, ga ik Satan weer vergeten.

No hay comentarios:

Publicar un comentario