martes, 25 de mayo de 2010

De "Negociator"

Ik ga springen, roept he. Ik ga springen en niemand gaat mij stoppen.

Die zin maakt mij altijd goed voelen. ...

Het is niet zoals het was; dingen, moet ik zeggen, hebben een diep verschil gemaakt. In de voorbij, toen ik een jongen was, werkte ik met de "Negociation squad" van de Israëli leger. Sorry want ik heb "negociation squad" in Engels geschreven, maar mijn Nederlands is nog niet goed. Ik ben twee jaren in dit land geweest en ik kan nog steeds niet zo goed Nederland spreken.

Ik was bij de Nederlandse overheid nodig gehad. zij belden mij en ze zeiden dat ik een werk van ze kon krijgen. op dat moment had ik geen idee over wat ik was doen. Ik moest Israëli soldaten en, soms, buitenlanders redden. Ik was een negociator. Vak had ik de vermoorden nodig. Toen de "negociations" nergens ging, wist ik dat de eerste man dat de pistool schoot, had he een voordeel, maar jij moeste voor de juiste mogelijkheid wachten. En als jij een goed oefening had, zoals ik, dan is het mogelijker. Dus heb ik ook gedoden. Maar op een dag vraag jezelf als de mannen dat jij hebt besparen hadden het verdienend. Jij begint overal dood kijken. Ik was doden leven. Ik had een verschil nodig, een telefoongesprek nodig. En die was de Nederlandse Overheid. Zij boden mij zelfmoorden situaties oplossen. Eerst, dacht ik dat die een slecht idee was. Maar het gaaf mij ook een moeilijkheid; vluchten, vluchten van de onveranderlijk oorlog. Dus kreeg ik de werk.

Nu kijk ik naar die man op de dak en ik weet wat die zin betekent. Die mensen dat hebben met de wereld geen raken, springen ze zonder nadenken; ze springen maar, ze schieten maar zich. Ik weet dat die man heeft sommige dingen te overleven en mijn werk is die leven dingen vinden. Door die manier Ik kan hem die "leven dingen" laten zien, dus hij laat mij zien dat er zijn dingen in zijn leven, dingen die waarden leven. Ik kan daarna zijn leven slaan. En met die manier, kan ik ook het zin in mijn leven vinden.

Ik ga werken. Tot de volgende keer.

miércoles, 12 de mayo de 2010

En toen bleef ik lopen

Francisco Sosa is, volgens mij, de mooiste straat in Mexico City. Als jij door die straat loopt, moet je weten dat er is geen heden in deze plaats, het is alsof de tijd in miljoen stukken smelt. De huizen, meeste van die gemaakt met stenen van oude vulkanen, kijken naar de moderne BMW auto's die rijden door de straat. S nachts, bezoeken de jongens de stegen die geboren zijn uit die straat, zij blijven in hun auto´s, zij zijn spoken aan het zoeken.

Ik was op weg naar huis. Binnenkort, zou ik naar Nederland vliegen en dus wilde ik een vriend bezoeken. Hij woont niet ver van mijn huis, maar anderhalve kilometer weg. Ik woonde toen in Francisco Sosa. Tussen glazen wijn overleven de conversatie en het lachen de nacht en nu was het te laat, maar ik had volgende ochtend geen doel. Ik wilde lopen want het was, misschien, mijn laatste week in Mexico en ik heb straten in de nacht altijd mooi gevonden. Trouwens, ik wilde door Francisco Sosa wandelen.

Het licht van de lantaarn palen gaf mijn eerste stapjes een geel geschilderd pad. Ik zocht het begin van Francisco Sosa. Toen ik het kleine trottoir, gemaakt met donkere vierkante stenen, voelde ik mij gelukkig.

De nacht was koud, koud voor lente in Mexico. Stop een sigaret in jouw mond en steek het aan, dacht ik. En toen vroegen mijn handen of ik hen in mijn jaszakken kon stoppen en, dus, deed ik het. Ik liep over de linker kant van het trottoir, over de straten van Zwolle fantaseren (hand in hand met mijn vriendin) toen ik over een steen op de grond struikelde. Ik tilde mijn hoofd op en ik was weer in Mexico terug. Ik geloof dat, soms, maakt de kou mij afgesloten.

Daar waren twee vette mannen in zwarte pakken. Zij waren ook lelijk. Het was alsof zij uit een Italiaanse maffia film kwamen, maar hun huid was bruin, Mexicaans soort bruin. Ik zag dat zij een communicatie apparaat hadden dat uit hun oren hing. Ik hoorde de dikkere man "jongen lopen" zeggen. De stem sprak, duidelijk, over mij. Plotseling, verschenen meer mannen in zwarte pakken. Toen was het voor mij ontwijfelbaar; zij waren niet de escorte van een politicus maar de "hitmen" van een drug lord of van een ontvoerder.

Ik zag ze hun pistolen aanraken maar ik bleef lopen want pistolen maken mij niet meer bang; het is jammer, maar ik ben gewend om die dingen te zien. Misschien moet ik je zeggen dat, ja, eigenlijk maakt mij de situatie in mijn land triest maar, die dag, kon ik door de gedachten over een nieuw land gelukkig zijn en, vooral, die uitzonderlijke vrouw maakte dat ik weg ging uit deze agressieve situatie. En dus, bleef ik met een glimlachje op mijn gezicht doorlopen.

Plotseling de verlichting ging uit, maar een blok. Het maakte mij niet uit. Aan de andere kant van het donker, onder het licht van de lantaarn paal, zag ik een rare schaduw; het was de schaduw van een man, dat was zeker. Maar de manier waarop de man zich verplaatste was verschillend van iedereen. De afwezigheid van het licht maakte dat ik alleen een bewegende schaduw zag. Zijn stapjes waren kort maar snel, erg snel. Ik herinner alleen dat ik door deze scene aan Charles Chaplin moest denken. Hij liep zoals die acteur. Toen hij tien meter bij mij vandaan was, kon ik zien dat hij zwart was, maar zwart van viezigheid. Zijn kleding, zijn gezicht, zijn handen, hij was helemaal zwart. En hij bleef naar mij toe lopen; zoals een klok werk soort speelgoed. Mijn eerste gedachte was dat hij een zwerver was, helemaal gek, misschien genarcotiseerd. Toen stonden wij bijna tegenover elkaar en hij keek direct in mijn ogen. Ik voelde zijn blik en ik keek terug. Ik zag zijn ogen; rondom zijn iris was een witte cirkel, de iris was rood, ze verlichtten de donkere straat.

Ik weet het; ik weet dat jullie misschien gaan zeggen dat het een cliché is, maar zijn irissen waren rood, duidelijk rood, licht, sterk. En toen hij glimlachte tegen mij, hij glimlachte zoals iemand die je kent glimlacht, alsof iemand tegen je zegt: leuk om je weer te zien. Ook al wist ik niet wie hij was, ik was niet bang. Goeie nacht, zei ik en bleef lopen. We overstaken ons paden en, toen ik achter keek, was hij weg; niet een schaduw, niet een man, niks, alleen de donker rond de straat. Ik veranderde mijn lopen niet, ik bleef dezelfde snelheid. Ik was niet bang, moet ik herhalen.

Nu was ik 20 meters weg van mijn huis. Ik herinner dat ik over het Nederlands was denken, over de Nederlandse taal, bedoel ik. Ik dacht dat mijn Nederlands goed genoeg was; paar dagen later was ik vinden dat het echt niet waar was.

"Agáchate y cállate, pendeja" (sluit je bek op, kut) plots hord ik en onmiddellijk keek ik naar een witte auto die in de andere zijd van de straat was parkeren. Ik kon alleen een man in de auto zien; hij was strijden tegen iemand; hij was een vrouw beneden duwen. Hij keek naar mij dus keek ik weg en bleef lopen. Misschien was het een ontvoeren maar ik kon niks doen en, voor aal, het gebeurt vaak in Mexico City, het was normaal.

Toen ik thuis aankwam, zag ik de nacht wachter. Ik begon hem alles wat gebeurd vertel.

Ik zag de drommel- zei ik.
Wat bedoel je?
De duivel
Leugens
Geen
Kom aan
Ik schijt je niet
Er zijn veel en raar spoken in dit straat, maar de boze...
Ik ben zeker
Kijk maar naar jezelf; jij bent vliegen!
Ik ben alleen moe; ik heb niks geroken, man
Jij bent bang omdat jij denk dat jij naar Nederland gaan, man. Maar ik heb je gezegd dat jij niet naar Nederland gat.
Het is nu duidelijk, man. Als ik niet naar Nederland ga, als ik niet met mijn vrouw ben, dan ga ik sterven.
Waarom?
Ik heb niet spoken in veel jaren gezien, ik geloof nog steeds niet in spoken, ook niet in leven na de dood, maar ik weet dat die betekent dat ik naar Nederland moet, anders ga ik sterven, man.
Jij gaat niet binnenkort sterven.
Oke, maar ik ga binnenkort slapen, man. Ik ben zo moe.
Tot morgen?
Ja, misschien.

Het was de laatst keer dat ik mijn vriend, de nacht wachter, zag want twee dagen later vloog ik naar Nederland. En nu, drie maanden na, heb ik weer over de duivel herinneren. Ik hoop dat vanavond als mijn vrouw van werk terug komt, ga ik Satan weer vergeten.

lunes, 10 de mayo de 2010

Een nieuwe begin

En daar was ik, staan in de vliegveld uitgang, ik had mijn stapjes stoppen omdat, na 15 uren zonder rook, ik een sigaret moest roken. Ik voel de koude wind tegen mijn gezicht slaan en, in de tussen tijd, Mare (mijn schoonzus) en Mathilde waren in een raar taal spreken. Ik dacht dat misschien kon ik al goed Nederlands begrijpen maar daar, tegen de koude wind, kijken de rook vanaf mijn longen uitkomen, naar de lucht vliegen en tussen de koude wind verwijden, kon ik niks verstanden.

Twee dagen vroeger wist ik niet die ik was naar Nederland. De verschil was, natuurlijk, onverwacht. De vulkaan aswolk over noorden Europa maakt het onmogelijk voor mij mijn originele vlucht nemen. Ik was om 15 april vliegen maar moest ik de vliegtuig voor de 30 april veranderen. Ik had twee dagen wachten nodig voor ik kon mijn vlucht weer veranderen; nu was ik om de 20 april in Schiphol aankomen. Ik zei tegen mijn vriendin, Linde, niks. Ik had een video over mijn vriendin in Nederlands aankomen zien. Zij had haar vrienden en familie verrassen en dus, dacht ik dat ik kon haar ook verrassen. Daarom, spraak ik met Mare en de vriendinnen van Linde en vraagde ik voor hun hulp met de verrassing. Ik wilde dezelfde ding doen; maakt een verrassing aan haar.

Dus, daar was ik, van koud sterven, helemaal verloren, weer met mijn schoonzus, en ook andere vrouw, Mathilde, dat ik had alleen in foto's zien; Nederlands spreken proberen, en ook de koud verdragen proberen. Ik was bezorgd, misschien was ik ook bang omdat de toekomst nog steeds meer dan onduidelijk was; het was donker. De drie maanden die we waren niet bij elkaar en de twijfels dat mijn vrienden over mijn toekomst hadden waren eigenlijk mijn gedachten raken. Wat kon gebeurt als ik ontmoete alleen onaardige mensen? Wat als mijn vriendelijk persoonlijkheid was niet genoeg voor die koude noorden mensen die Linde had tegen mij eens overpraten? En, vooral; wat als ik zou mijn vriendin zien en alles was verschillend? Wat als ik hield niet meer van haar? Dacht ik daar.

Veel dingen hebben daarna gebeurt en misschien moet ik de volgende keer enkele van die dingen overschrijven. Misschien ga ik een komedie over mijn enige verhaal schrijven. Hoewel, weet ik dat de gelukkig einde is niet altijd precies en die het is een elke dag soort werk. En ook wil ik niet een einde hebben maar altijd door een gelukkig vandaag wandelen.

Voor zet ik een finale punt, moet ik tegen jullie bekennen dat nu, na drie weken, is nog steeds ongelooflijk dat ik heb alles in Mexico achter verlaten en die ik heb rust een liefde vinden. De zoek, volgens mij, is nog steeds beginnen omdat ik met mijn vriendin wil blijven. Ik moet een doel vinden.

En misschien kan ik nu een beetje meer de taal verstanden, maar is het nog een raar taal. Maar deze blog is ook mijn weg aan het te oefening.

Dit is de beginnen van mijn verhaal, misschien ga ik over andere dingen schrijven, fictie geschiedenis overpraten, maar gaat één beetje deel van mezelf altijd tussen de letteren zijn.

Tot de volgende keer, waarop ga ik de verrassing overschrijven.